26.06-02.10.2022
Godhead - Idols in Times of Crisis

expositie

Deelnemende kunstenaars:

Alma Allen (US) – Evgeny Antufiev (RU) – Marieke Bolhuis (NL) – Gisela Colón (US) – Kim Dacres (US) – Hans Josephsohn (CH) – Susanne Ring (DE) – Lukas Schmenger (DE) – Henk Visch (NL) – Not Vital (CH)

Alma Allen - installation view at Kasmin Gallery, New York, 2020

Evgeny Antufiev - Untitled (2018)

Marieke Bolhuis - I See You V (2021)

Gisela Colón - The Future is Now (25 Foot Parabolic Monolith Iridium) (2020)

Kim Dacres - Wisdom Embedded in the Treads, Installation view Gavlak Gallery Los Angeles 2020

Hans Josephsohn - Untitled (1991)

Susanne Ring - Antik (2021)

Lukas Schmenger - Untitled (Submission) (2020)

Henk Visch - Le Manteau (2021)

Not Vital - HEAD (self portrait) (2013)

Nu standbeelden van historisch beladen figuren in het kielzog van de demonstraties tegen racisme in de VS en Europa met verf besmeurd worden, van pleinen worden verwijderd, nu Poetin door een vereend Westen van zijn sokkel is neergehaald en hij zichzelf tegelijkertijd in eigen land nóg meer als onaantastbaar positioneert, is een hernieuwde reflectie op het begrip idool, in ruime zin, op zijn plek.

Het idool (van het Griekse eidolon, wat ‘beeld’ betekent) is ontwikkeld om mythe en geloof in menselijke vorm uit te drukken. In de loop van de geschiedenis heeft de devotie echter steeds meer plaats gemaakt voor een wereldse verering. Het idool werd geleidelijk als esthetisch, autonoom object bewonderd en aanbeden. Het oprichten van standbeelden en monumenten in de openbare ruimte vloeit hieruit voort. Toen de macht van de kerk afnam en de wereldlijke macht steeds meer zijn plaats ging opeisen, waren standbeelden en monumenten op pleinen en in parken niet alleen objecten van verering maar ook een bestendiging van de ideologie van de heersende macht. Dat gold tot in de 20ste eeuw, met standbeelden in veelvoud van dictators als Stalin, Mao en Saddam Hoessein, die alleen nog over zelfverheerlijking gingen en intussen vrijwel allemaal zijn neergehaald.

Waar de huidige beeldenstorm laat zien dat beelden van idolen tot grote verdeeldheid kunnen leiden en er ruimte opgeëist wordt voor herbezinning, is de sterkste kracht van idolen nog steeds die van verbinding en solidariteit. De beelden van religieuze figuren, zoals Jezus aan het kruis, Maria, Shiva en Boeddha, zijn in dit opzicht onovertroffen. De kracht en de heilzame werking van idolen blijkt vooral in tijden van crisis en rampspoed, wanneer de mens zijn kwetsbaarheid het sterkste voelt. Het idool verschaft de mens op deze momenten hoop en biedt houvast en troost. Dit thema is zeer actueel in een wereld waar meerdere existentiële vragen strijden om de aandacht: wat is onze identiteit, hoe verhouden we ons als mens onderling en ten opzichte van de natuur, nu er een groeiend besef is dat de Aarde kwetsbaar is. In de huidige mondiale crisis is de hunkering naar idolen dan ook groter dan ooit.

Om dit verlangen te kunnen vervullen, is er een nieuwe ethiek nodig. Beeldende kunst kan hier een vooraanstaande rol in spelen. De zoektocht naar die nieuwe ethiek en de nagedachtenis en het respect voor de veronachtzaamde medemens – in een hoekje geplaatst, vervolgd, mishandeld, tot slaaf gemaakt, vermoord - in de vorm van nieuwe monumenten is verre van nieuw. Aan het einde van de negentiende eeuw tekende zich een eerste kentering af met Les Bourgeois de Calais (1888) van Auguste Rodin, dat zes burgers verbeeldt, die zich in 1347, slechts gekleed in hemden en met stroppen om hun hals, opofferen aan de Engelse koning in ruil voor het sparen van hun stad. Later volgen er monumenten voor slachtoffers, zoals het Nationaal Monument op de Dam (1956), ter herdenking van de slachtoffers van WOII, en het Homomonument in Amsterdam (1987), het eerste monument ter wereld ter herdenking van alle homoseksuele mannen en vrouwen die zijn vervolgd vanwege hun seksuele geaardheid, wat navolging kreeg in veel westerse steden, de monumenten voor de Jodenvervolging, met als hoogtepunt het omstreden Holocaustmonument in Berlijn (2005) en recentelijk het Nationaal Holocaust Namen Monument (2021) in Amsterdam, het Nationaal Monument Slavernijverleden (2002), het HIV/AIDS Monument (2016) en het Nelson Mandela Monument (2021), alledrie in Amsterdam.

Auguste Rodin - Les Bourgeois de Calais (1888)

Karin Daan - Homomonument Amsterdam (1987)

Peter Eisenman - Holocaust Monument Berlin (2005)

Jean-Michel Othoniel - HIV/AIDS Monument Amsterdam (2016)

Mohau Modisakeng - Nelson Mandela Memorial Amsterdam (Rona Botha - we are the people) (2021)

Binnen de beeldende kunst transformeerde het idool ook. De beeldtaal werd socialer en tegelijkertijd persoonlijker, voorloper van politieke veranderingen. Een beroemd voorbeeld is het Mahnmal gegen Faschismus (1986) in Hamburg van Jochen en Esther Gerz. In het begin bestond het uit een twaalf meter hoge zuil, die met lood bekleed was. Passanten werden opgeroepen te interacteren met het monument door hun namen in het lood te krassen, als statement om nee te zeggen tegen de terugkeer van het fascisme. Zodra passanten geen vrije ruimte meer konden vinden om hun naam in te krassen, lieten de kunstenaars de zuil een stuk in de grond zakken. In 1993 was de zuil helemaal in de grond verdwenen. Alleen een loden plaat bleef over.
In 1992 trok Thomas Schütte de aandacht van de wereldpers met zijn speciaal voor Documenta 9 gemaakte Die Ankunft der Fremden, een beeldengroep boven op het Fridericianum, een expliciete kritiek op de door West-Europa genegeerde migranten- en vluchtelingenproblematiek. In hetzelfde jaar verhief Jeff Koons zijn persoonlijke seksleven tot idool in zijn roemruchte expositie Made in Heaven, met expliciete beelden en foto’s van een copulerende Koons met ega Cicciolina. Kunstenaars als Sylvie Fleury en Joana Vasconcelos wedijverden met Koons door het commerciële product tot idool te verklaren, vanuit een vrouwelijk perspectief, met groot succes. Damien Hirst stal uiteindelijk de show met zijn For The Love of God (2007), een platina schedel die bedekt is met 8.601 diamanten.
Recentelijk kregen tijdelijke monumenten in vooraanstaande exposities aandacht van de wereldpers. Zo leverde in 2017 bij SkulpturProjekteMünster het werk Momentary Monument – The Stone van Lara Favaretto, een monumentale betonnen monoliet met een gleuf, waarin bezoekers geld konden werpen, dat de kunstenaar aanwendde om migranten te helpen, die deportatie boven het hoofd hing, bijna € 27.000 op. In datzelfde jaar, vijfentwintig jaar na Schüttes ingreep in Kassel en ruim dertig jaar na de oplevering van het monument van de Gerzes in Hamburg, trad de Nigeriaanse kunstenaar Olu Oguibe in hun voetsporen met zijn ode aan en tegelijkertijd uiterst kritische, eufemistische commentaar op de internationale vluchtelingenopvang Das Fremdlinge und Flüchtlinge Monument, een obelisk, voor Documenta 14.

Deze kleine greep uit het recente verleden laat zien dat de vormgeving van monumenten en idolen voortdurend verandert. Iedere tijd heeft zijn eigen iconen nodig.

Jochen & Esther Gerz - Mahnmal gegen Faschismus (1986)

Thomas Schütte - Die Ankunft der Fremden (1992)

Damien Hirst - For the Love of God (2007)

Lara Favaretto - Momentary Monument - The Stone (2017)

Olu Oguibe - Das Fremdlinge und Fluchtlinge Monument (2017)

GODHEAD – Idols in Times of Crisis onderzoekt de kracht van hedendaagse figuratieve en abstracte sculptuur als idool door een samenhangende en tegelijkertijd onderling zeer diverse groep bestaande en nieuwe werken te presenteren, die, in meerdere of mindere mate, bewust of onbewust, refereren naar de traditie van de devotionele sculptuur, het standbeeld, het monument, de totem, het amulet en de talisman, allen op een individuele manier.

GODHEAD – Idols in Times of Crisis streeft er niet naar oplossingen te bieden voor de problematische relatie die er ontstaan is met historische idolen maar probeert de hedendaagse toeschouwer bewust te maken van de kracht van het idool, dat de mensheid door tijden heen verbindt en mythologieën verweeft met het heden, waarin geloof in hogere machten en krachten nog steeds aanwezig is.

GODHEAD – Idols in Times of Crisis presenteert een selecte staalkaart van hedendaagse idolen, een alternatief scenario voor de lege sokkels die aan het ontstaan zijn, een scenario dat de openbare ruimte weer nieuwe betekenis, hoop en houvast kan bieden. Door deze beelden in de openbare ruimte te presenteren, sterker nog, in een bos, waar mens, natuur en kunst bij elkaar komen, winnen ze aan kracht. Bij de kijker zullen de werken mogelijk zelfs associaties oproepen met oerbeelden, als de Venus von Willendorf en de Löwenmensch, ook al verbeelden ze ieder op hun eigen manier ideeën en idealen van het nu.

Deelnemende kunstenaars: Alma Allen (US), Evgeny Antufiev (RU), Marieke Bolhuis (NL), Gisela Colón (US), Kim Dacres (US), Hans Josephsohn (CH), Susanne Ring (DE), Lukas Schmenger (DE), Henk Visch (NL), Not Vital (CH)

Venus von Willendorf (23,000 BC)

Lionman (35,000 BC)

Urfa man, sandstone, 180 cm (9,000 BC)

Ain Ghazal statue, Jordan (7,000 BC)

Marble head of a woman, Cyclades (2700 - 2500 BC)