Lena Henke

Lena Henke - Las Pozas (2017/2019)
Delirious (2019)
Fotografie Gert Jan van Rooij

Lena Henke – Las Pozas (2017/2019)

Voor DELIRIOUS bracht Lena Henke (1982, Duitsland) twee visies op de Hof van Eden bij elkaar. In De Oude Warande, in de achttiende eeuw aangelegd door prins Wilhelm von Hessen-Kassel als paradijselijke baroktuin, plaatste ze twee sculpturen die ze ontleende aan Edward James' idee van het paradijs: Las Pozas in Mexico. Daar liet de Britse dichter ooit een jungletuin aanleggen vol pagodes en surrealistische bouwwerken. Henke plaatste twee reflecterende aluminium sculpturen aan weerszijden van het pad vlak na de hoofdingang, als een soort poort waar de bezoeker tussendoor liep. Vlak bij deze oogvormige sculpturen, bevestigd aan monumentale eiken, prijkten bolle spiegels, als enorme lenzen, die niet alleen de sculpturen reflecteerden maar ook het landschap en de bezoekers. Dit eerste werk in de expositie zette de toon. Het was niet alleen een esthetisch en vervreemdend welkom maar ook een waarschuwing; je kijkt niet alleen, je wordt ook gezien.

Henke is geïnteresseerd in planologie en ruimtelijke ordening, met betrekking tot landschappen en steden. Ze is met name gefascineerd door mensen als Von Hessen-Kassel en James die hun ideale wereldbeelden verwezenlijkten in de fysieke ruimte. Zo iemand was ook Robert Moses, het even beroemde als beruchte brein achter stedelijke ontwikkelingen in Henkes woonplaats New York. Hij was verantwoordelijk voor tal van parken, bruggen en het wegennet, waardoor veel mensen hun leefomgeving drastisch zagen veranderen of verdwijnen. Moses’ werk en de stad New York vormen een eindeloze bron van inspiratie voor Henke
.
Van zijde, tapijt, plexiglas, plastic en epoxy maakt ze surrealistische sculpturen die samen ruimtelijke installaties maken – bijvoorbeeld in de vorm van de plattegrond van Manhattan. Ook laat Henke in haar werk vormgeving en architectuur vaak samensmelten met het vrouwelijk lichaam. Dat gebeurt bijvoorbeeld in haar serie Female Fatigue, die bestaat uit aluminium modellen van gebouwen in New York met daarop in zand gemodelleerde vormen van vrouwenlichamen. Hier worden verwijzingen naar feministische performancekunstenaars verbonden met objecten in de beeldtaal van het Modernisme. Op die manier bekritiseert Henke de patriarchale structuur van de kunstgeschiedenis en de architectuur en eigent ze zich het verleden toe om de dominante verhalen op een andere manier te vertellen.